1.
De drie woorden in zijn bericht verdrongen de zonnige dag en kleurde haar grauw. Alles wat ik had, wie ik was geworden; het voelde even onbelangrijk.
Martijn, ik had hem jaren niet gesproken en bijna dertig niet gezien. Op facebook negeerde ik zijn vriendschap verzoeken en uit angst zijn stem te horen liet ik onbekende nummers onbeantwoord overgaan.
Ons verleden werd omhelst door een waas van gemiste onmogelijkheden die misvormen wat vroeger voor mij was. En nu wilde hij me zien, vandaag nog. Zin is niet wat ik zocht, eerder een rede en die bood hij direct. “Heb hem gevonden”
‘Hem’; angst en nieuwsgierigheid keerden mijn maag om, spanden haar strak. Ik had hem weggestopt, maar niet goed genoeg verborgen en de vragen kwamen terug en ik dit keer wilde ik hun oorsprong weten.
Ik vertelde Janine, onbedoeld mijn grote liefde, dat ze het vanavond zonder mij moest doen.
“Je hebt nooit ’s avonds een afspraak” en haar stem verried een wantrouwen dat dit moment al jaren had gevreesd. Tussen ons stond altijd al dat onuitgesproken vermoeden. En ik kon haar niet geruststellen, wilde het ook niet. Het was alleen niet het verraad dat zij vermoedde, het was niet alleen aan mij en haar, maar ook aan de kinderen.
Ik wilde haar geruststellend vasthouden, mijn lippen tegen de hare drukken, maar haar wegdraaiende hoofd liet me niet toe. Ik schrok en keek naar de tranen van een vreemde. Zelfs een gelogen troost kon ik haar niet geven en ik liep zwijgend bij haar vandaan.
In de schaduw van onze oude bioscoop trof ik hem rokend naast de ingang aan. Zijn gezicht was ontdaan van alles wat hem vroeger zo onschuldig maakte en was ingevallen, oud en grauw geworden. Toen hij me zag veinsde hij een lach die ik met een strak gezicht beantwoorde.
‘Hoe gaat ie’
‘Prima, jij?’
‘Goed’
Voor ieder jaar een letter en ik moest om die snelle rekensom meewarig lachen.
‘Kaartjes?’
‘Heb ik al.’
‘Ik heb zin in popcorn’
‘Ik heb M&M’s’ en uit zijn tas liet hij trots de bruine zak zien en toonde stiekem de flesjes cola eronder.
‘wat we toen lustte lusten we nog steeds,’ en ik knikte instemmend.
De koele lucht van een overijverige airco vulde de zaal en de krappe en de plakkerige stoelen waren tot mijn opluchting verdwenen.
‘Hoe heb je hem gevonden en … hoe kom je erbij dat hij het is?’
‘Toevallig en .. ‘ hij aarzelde, en realiseerde me weer hoe hij over zijn verbondenheid met toeval dacht.‘.. kijk zelf maar.’
‘En de anderen dan, moeten die niet hier zijn?’
‘Dood, geëmigreerd, geen idee maar in ieder geval onvindbaar.
‘Ik was dus niet je eerste keus.’
‘De laatste. Bij jou was de twijfel altijd het grootst.’
‘Nog steeds’ en hoorde ik een diepe zucht en voelde zijn ogen beschuldigend op me gericht. Ik voelde me opgelucht toen eindelijk de zaal verduisterde en het licht op het doek begon te bewegen.
‘Het is kort, heel kort en kijk achter het meisje’
‘Meisje?’
‘Ik waarschuw je wel.’
Ongeduldig keken we naar flauwe commercials en kondigde schreeuwerige trailers saaie actiefilms aan. Naast me voelde ik Martijns onrust aanwakkeren. Hij plantte zijn elle boog diep in mijn arm en leunde zo ver mogelijk naar voren.
Een donkere sterrenhemel, flitsen, een zware stem, een lege woestijn, een door keiharde muziek begeleide jongen sprong angstig om zich heen kijkend in beeld. Toen, voor de tweede keer in mijn leven hielt de wereld haar adem in, viel ze stil. Vanaf een metalen voertuig keek een meisje achterom. Niet dat het om haar te doen was, maar in dat eeuwig durende moment verscheen hij achter haar, tussen rommel en afval. In de verte, geen dag ouder keek hij ons schuin en betweterig aan. Mijn adem stokte want dit kon niet, was niet mogelijk, was … niet … mogelijk … NIET MOGELIJK.
‘Onmogelijk … onmogelijk … onmogelijk’ ik bleef het harder en harder herhalen tot een ver ‘BEK DICHT!’ me terugbracht.
Ik wil meer!!!
LikeLike