Ruim honderd jaar geleden is lang vergeefs naar hem gezocht. Ruim honderd jaar lang was zijn naam synoniem aan één van de vergeten en onopgeloste Maritieme mysteries. Na ruim honderd jaar sta ik hier op de plek waar de mythe voor mij een bizarre ontknoping kent. Hier in Parijs waar een overwoekerd maar rijkelijk met notenbalken versierd graf, anoniem zijn naam lijkt te willen zingen.
Twee weken te vroeg, op 18 maart 1886 aan boord van het fregat de Zr. Ms. Prins Hendrik der Nederlanden kwam hij ter wereld. Zijn vader, Schout bij Nacht N.F. Stam zag hierin de goddelijke bevestiging waar hij al maanden voor had gebeden; dat zijn zoon net als zijn vaders voorvaderen voorbestemd was de zeeën te bevaren. De huilende dreumes kreeg niet alleen de familienaam, maar ook de namen waar alle zeehelden in hun familie mee werden geëerd: Nico Sytske.
Nico S. Stam’s jeugd verliep niet zoals die van de meeste kinderen. Waar zijn schaarse vriendjes saaie privélessen over Griekse filosofen moesten volgen, speelde Nico zeeslagen na, oefende hij in vele talen de kunst van het zeilen en laveren. Op zijn tiende had Nico al meer denkbeeldige schepen tot zinken gebracht dan menig volwassen zeeheld. In zijn fantasie dreven op brandende golven meer lijken dan een slag ooit kon dragen.
Op zijn tiende werd hij adelborst en op zijn vijftiende voer hij het bevel over een voltallige bemanning. Met zestien jaar zou hij de jongste Schout bij Nacht ooit worden en kondigde hiermee een keerpunt in de fameuze geschiedenis van de Marine aan, waar voorheen leeftijd en afkomst de rang van een officier bepaalde.
Zijn aankomende beëdiging werd een keerpunt, maar niet waar men deze aanvankelijk zag. Nico Stam, wiens naam sindsdien uit de geschiedenis verdween en even abrupt met de naam, hij zelf. Nergens is iets terug te vinden over zijn leven na dit dramatische jaar in 1902. Lang dacht men dat hij de druk niet langer aankon en daarom verdween. Vermoord door zijn vader, ontvoerd door een geïntimideerde en angstige Duitse admiraliteit, ooit waren het allemaal veel gehoorde theorieën. Wat slechts rest is een misvormde echo van zijn vergeten naam.
Tot 6 jaar geleden. In Lille kocht ik begin september een stoffige 8mm camera. Ik kreeg er een paar films bij en raakte geïntrigeerd door de vele gevlekte plaatsjes. Ik leende een projector en bekeek in spanning de bewegende beelden. Een magere en verwilderd ogende man leek in de straten van Parijs te zingen voor een onzichtbare filmer. Zijn druk bewegende mond bleef echter zwijgen. Het duurde drie jaar eer ik vertaald had wat hij vertelde, waar hij over zong. Ik had alleen een aankondiging, ‘Une prière urbain de Géorges S. Gély-du-Fes’. Bij de laatste misvormde beelden waarin hij naar een onleesbaar krantenartikel wijst, lijkt hij mij iets te willen zeggen, maar ik begreep niet wat. Waar ik wel snel achter kwam was dat ik in het bezit was van zeer zeldzame bewegende beelden van één Frankrijks meest illustere chansonniers.
Géorges leven werd omringd door een mist van onbeantwoorde vragen. Over zijn jeugd was niets bekend, over zijn vroege carrière weinig, maar over zijn succes des te meer. Met een stem die mensen raakte en geroerd luisterend liet stilstaan op straat. Zingend over echte mensen, over hun verzwegen leed. Over vrienden, minnaars, over verscheurende liefdes. Over werk, uitzichtloze carrières, starre families en donkere nachten in slapend Parijs.
Toehoorders hadden het niet meer over zijn zwervend bestaan, over zijn stank, over dat vage accent, over de drank die altijd naast hem stond. De crisis van de jaren dertig raasde vernietigend rond. Zijn prachtige stem liet hen de ellende voor even vergeten. Vrienden hielden hem met moeite op de been maar gaven hem uiteindelijk aan de grootste promotor van het Franse lied. Een beroemdheid werd hij snel, maar zijn verleden gaf hij nooit prijs. Hij stierf beroemd maar niet gekend op 12 augustus 1953. Hij had vast laten leggen niet met zijn naam te willen worden begraven. Zijn vele vrienden eerde daarom zijn graf met zijn gezongen naam.
Twee jaar geleden draaide ik de schoongemaakte film voor een laatste keer . Te vaak gezien val ik al snel in slaap. Ik schrik even wakker en zie hem lachend naar de krantenkop wijzen. Voor het eerst kan ik een deel van de naam lezen ‘… N … S. Stam …’en verschrikt zie ik zijn lippen helder ‘… ca, c’est moi’ zingen…

Een heel, heel mooi verhaal!
LikeLike