Wat een teringzooi. Sta ik hier in de supermarkt, accepteert dat apparaat mijn pincode niet. Die hijgende sukkels achter me moeten zich niet zo opwinden, maar weet je, misschien moet ik het nog langzamer aandoen. Met mijn tank pas proberen te betalen, nee doet het niet. Mijn geblokkeerde creditcard, doet het evenmin of mijn biebpas door de magneetlezer trekken. Nee, gebeurt helemaal niks. Ah mooi, eindelijk de eerste eikel begint er iets van te vinden. Nu nog tegen mij en iets harder graag.
‘Hey eikel, wat zei je? Ja jij! Wat zei je? Zeg tegen mij wat je net tegen je buurman zo stoer vertelde’.
Heerlijk nog één woord van die gast en hij krijgt een tik en de anderen, hooguit één laatste waarschuwing, maar waarom zou ik eigenlijk.
‘Yo, yo, yo, vetklep, bekkie dicht, pak anders een andere kassa, je ziet toch dat het hier niet lukt? Hmm, oh oké, op die manier, blijf staan …. kijken wat je … HIER … VAN … VINDT!
Heerlijk, fantastisch, vetkleppie met een bloedneus onderuit.
‘Nog iemand? Nee, nou, bek allemaal houden dan. De eerste die nog iets zegt kan vetkleppie hier gezelschap houden’
Oh god, wat moeten die twee bewakers nou weer? ‘Heren, heren, niets is wat het lijkt en die aap hier, een flauwte, een beroerte misschien. Hey, hey, hey, tief op gasten, gotver hey, blijf van me af!’
Jezus, Martin, doe normaal, wat in godesnaam bezielt je? Een adrenaline kick is tot daar aan toe, maar andere mensen tegen de vlakte slaan gaat echt te ver, veel te ver. Maar hoe in hemelsnaam komen die twee bewakers daar bij mijn voeten te liggen? Heb ik dat gedaan? Jezus, ik tril en hun bloed en het mijne vermengen zich op mijn vuisten. Niet goed, niet goed, niet goed dit. Wegwezen hier, weg, weg, weg!
Wacht even ‘Mevrouw, nee, laat het bonnetje maar zitten. Maar als u een tasje heeft graag. Ja dank u. SPAARZEGELS, hallo? Wat is dit voor service dat ik daar om moet vragen? Stomme kuthoer! BOEH! Ja, ja, schrok jij even. Maar ik sla geen vrouwen, hoewel, je hebt de kop van je lelijke vader, dus wie … BOEH! Hahahaha, fijne dag nog verder!’
‘En voor ik het vergeet, nog bedankt voor de boodschappen!` Oh god, was ik dat? Wat een heerlijke actie, nee, nee, nee, niet heerlijk dit, verschrikkelijk!. Sta ik straks met mijn ongeschoren kop overal op internet.
Jezus, wat was dat? De laatste keer dat ik iemand bedreigde was op de kleuterschool en waarschijnlijk mijn zus. En iemand geslagen? Fuck, vlak nadat ik haar had gewaarschuwd, maar niet hard, zeker niet hard! Daarna nooit meer iemand. Jezus, Jezus, kut, kut, kut, kut, wat gebeurt er met me. Ik moet weg, FUCK, mijn auto, waar sta je? Please, laat je zien. Sleutel, sleutel, ah hier. Heu? Das niet mijn sleutel. En wat de fuk, dat is niet mijn auto. De laatste keer dat ik keek had ik een verantwoorde Kia één punt nul. Dit is gotver een Amerikaanse butchbak. Snel, instappen, maar wat de fuck, wat de fuck, wat de fuck, die reflectie, dat kan helemaal niet. Wat de fuck. Wie is die gast, ik heb helemaal geen tatoes! En deze, fuck, oh fuck, heeft iemand deze nazishit zelf gezet? Kom op, please, ah wat de éf, wat is dit, wat is dit, wat is dit?
Oh god, ja hoor, kan er ook nog wel bij, smerissen, nee, nee, nee, dit gebeurt niet. Oh nee, NEE! Waar komt dat pistool vandaan? Ik weet niet eens hoe dat werkt! Oh, kennelijk wel. Ok, maar, nee, nee, nee, niet schieten, ben je gek geworden. Jezus, kom op waar is mijn vermaarde zelfcontrole? Ja goed zo, kalm, kalm!
‘Sorry agent, foutje, ik ben dit niet’ Wat zijn die gasten allemaal dik trouwens. Ze zien er ook niet erg lokaal uit. Wat de fok, ‘is dit een film of zo?’ Oh, nee, zegt ie en handen omhoog, dacht het niet. Richt, schiet, vuur. Dag pasta koppie, doeidoei, hahaha. Niet erg waarschijnlijk dat je kinderen je nog zullen herkennen.
Dit is een nachtmerrie, wakker worden, wakker worden. MARTIN, WAKKER WORDEN! Waar heb ik trouwens leren schieten? Moet ik onthouden.
‘MARTIN, WAKKER WORDEN!’
‘Jezus, wat is er, waarom maak je me wakker?’
‘Live op CNN, een gast die keihard aan het campen is en al twintig agenten omgelegd heeft.’
‘Maak je me daarvoor wakker, wat is dit gast?’
‘Nou, hij lijkt sprekend op jou, kom snel!.’
Rillend in mijn smerige pyjama zie ik op tv de rede waarom ik de VS nooit kan binnenkomen effectief om zich heen schieten. Niet dat ik het hoog op mijn wensenlijst met bestemmingen had staan, maar je weet maar nooit. Het was eng, doodeng, sprekend ik, tenminste, uitgezonderd de minder verfijnde details. Jezelf op tv terugzien is tot daar aan toe, maar tijdens een schietpartij en er over gedroomd hebben voelt als een surrealistische nachtmerrie.
Een knagend schuldgevoel bekruipt me dat niet hij maar ik deze afslachting ben begonnen. Maar waarom, het was toch mijn droom, mijn fantasie? Maar naar wie kijk ik nu dan?